Trainingen

BPSA Wedstrijden

Veiligheidsreglement

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Bron: www.sgaalst.be voor laatste versie!
In onze club gelden een aantal regels die gerespecteerd dienen te worden door alle leden; u vindt de belangrijkste terug in het beknopt huishoudelijk reglement.
1. Het is verplicht om een veiligheidsbril en oorbeschermers te dragen op de schietstand.
2. Het is ten strengste verboden de vuurlijn te betreden.
3. Het wapen mag enkel uitgepakt worden in de schutterscabine met de loop altijd naar de kogelvanger gericht. De rekken in de 50m stand dienen om de tassen op te plaatsen, wapens mogen vandaar niet uitgepakt worden.
4. Maximaal 1 schutter per schietcel, een afwijking wordt enkel toegestaan voor opleiding door erkende personen.
5. De aangeduide schietcellen kunnen opgeëist worden voor opleiding.
6. Schutters die op sportschutterslicentie schieten mogen met maximaal 5 patronen laden.
7. Er mag slechts 1 wapen tegelijk uitgepakt worden door een schutter.
8. Bij het beëindigen van de schietbeurt zal men voor het verlaten van de schietstand eerst de schietcel en de gang opruimen. Dit wil zeggen dat lege hulzen, schietschijven en andere zaken gedeponeerd worden in de daarvoor voorziene afvalbakken.
9. Bij alarm zal iedereen zo snel als mogelijk het wapen veilig neerleggen en de schietcel verlaten.
10. Een wapen kan slechts zichtbaar gemaakt worden in de schietcel of in de wapenkamer.
11. Schade aan de schietstand moet onmiddelijk gemeld worden. Moedwillig aangebrachte schade heeft uitsluiting uit de club tot gevolg, hierop is geen beroep mogelijk.
12. Iedere schutter wordt geacht het reglement te kennen.


Hieronder vindt u ook het uitgebreid huishoudelijk reglement; dit is genomen in uitvoering van artikel 3 van het Koninklijk Besluit van 13 juli 2000 tot bepaling van de erkenningsvoorwaarden van schietstanden.

Definities

Artikel 1 - Paragraaf 1

Tenzij anders bepaald in artikel 2 hierna, hebben alle in dit huishoudelijk reglement gebruikte begrippen dezelfde betekenis als ze hebben in de Wapenwet of in de uitvoeringsbesluiten ervan.

Artikel 1 - Paragraaf 2

Voor de toepassing van dit huishoudelijk reglement wordt verstaan onder:

1. Schietstand
Geheel van alle delen die horen tot de infrastructuur van een club die aan recreatief- of aan sportschieten doet en waarvan de exploitant een erkenning heeft ontvangen van de gouverneur van de provincie die bevoegd is voor het adres van de schietstand.
2. Schietruimte
Alle delen waar vergunningsplichtige vuurwapens aanwezig kunnen zijn of gebruikt kunnen worden.
3. Clubhuis
Gedeelte van de inrichting waar leden toegang toe hebben en waar de vuurwapens opgeborgen aanwezig zijn.
4. Gebruiker van de schietstand
Persoon die geen lid is van de vereniging, maar in de schietstand kan aanwezig zijn. Dit kan zowel een schutter als een niet-schutter zijn.
5. Titularis van de erkenning
Natuurlijke of rechtspersoon die, overeenkomstig artikel 20 van de wapenwet erkend is om de schietstand uit te baten.
6. Raad van Bestuur
Orgaan van de Titularis van de Erkenning dat ten volle bevoegd is om alle daden van bestuur te stellen.
7. Vereniging
Schuttersclub, zoals hierboven genoemd, die een gebruiksrecht heeft op de schietstand op basis van een overeenkomst met de Titularis van de erkenning.
8. Schutter
Lid van de vereniging of gebruiker die toegang heeft tot de schietstand en aldaar vuurwapens manipuleert.
9. Schietstandenbesluit
Koninklijk Besluit van 13 juli 2000 tot bepaling van erkenningsvoorwaarden van schietstanden, zoals gewijzigd.
10. Wapenvergunning






Vergunning tot het voorhanden hebben van een vergunningsplichtig wapen die is afgegeven:
Krachtens artikel 11 van de wapenwet.
Krachtens de wet van 3 januari 1933, voor zover de datum van afgifte, zoals vermeld op deze vergunning, minder dan vijf jaar geleden is.
Krachtens de wet van 3 januari 1933, indien de hernieuwing van de vergunning werd aangevraagd bij de bevoegde dienst oveenkomstig artikel 48, tweede lid van de wapenwet
.
11. Vertegenwoordiger
Persoon die, overeenkomstig artikel 3, 6° van het schietstandenbesluit, door de uitbater aangesteld is om hem te vertegenwoordigen en aanwezig te zijn telkens er schietactiviteiten plaatsvinden.
Administratieve bepalingen

Artikel 2

Dit huishoudelijk reglement regelt de betrekkingen van de vereniging met haar leden en met alle gebruikers van de schietstand. Het is een aanvulling op de statuten van de vereniging.

Artikel 3 - Paragraaf 1

Wijzigingen aan dit huishoudelijk reglement vereisen een eenvoudige meerderheid van de Raad van Bestuur.

Artikel 3 - Paragraaf 2

Wijzigingen aan dit huishoudelijk reglement worden met eenvoudig meerderheid genomen door de Raad van Bestuur. De wijzigingen zullen vastgelegd worden in de notulen van de vergadering.

Artikel 4 - Paragraaf 1

De Raad van Bestuur zorgt ervoor dat het onderhavige reglement er kennis gebracht wordt aan de leden van de vereniging en aan de gebruikers van de schietstand. De leden van de vereniging en de gebruikers worden geacht kennis te hebben van onderhavig huishoudelijk reglement.

Artikel 4 - Paragraaf 2

Het aansluiten bij de vereniging als lid of het gebruiken van de schietinstallaties, verbindt het lid of de gebruiker er toe kennis te nemen van alle reglementen die de inwendige orde binnen de schietstand regelen en er zich naar te gedragen. De instructies van de toezichters moeten strikt worden opgevolgd.

Artikel 5 - Paragraaf 1

Iedere schutter moet zich eerst aanmelden in het clubhuis alvorens de schietruimte te betreden.

Artikel 5 - Paragraaf 2

Vooraleer het schieten aan te vangen dienen alle schutters en bezoekers zich aan te melden in het clublokaal. De schutters zullen zich inschrijven in het aanwezigheidsregister zoals bedoeld in artikel 3, artikel 4 van het schietstandenbesluit. De schutter dient zijn naam, evenals het type - A, B, C, D - en het kaliber van de gebruikte wapens te noteren. De datum van het bezoek, alsook het uur van aankomst en van vertrek dient te worden genoteerd.

Artikel 5 - Paragraaf 3

Enkel schutters die houder zijn van één van de volgende documenten mogen vergunningsplichtige vuurwapens manipuleren in de schietruimte:

1. De houder van een geldige wapenvergunning afgegeven op zijn naam.

2.

 

De houder van een geldige sportschutterslicentie of van een geldige voorlopige sportschutterslicentie, voor zover zij het registratiebewijs op hun naam -model 6 of model 9 - van het gebruikte wapen kunnen voorleggen.
3.

De houder van een geldig jachtverlof, voor zover zij het registratiebewijs op hun naam - model 6 of model 9 - van het gebruikte wapen kunnen voorleggen.
4.

De houder van een Europese vuurwapenpas uitgereikt door een andere lidstaat van de Europese Unie en van de documenten die het voorhanden hebben van een vuurwapen in België vergunnen.
5.

De houder van een geldig aanstellingsbewijs als bijzonder wachter, voor zover zij het registratiebewijs op hun naam - model 6 of model 9 - van het gebruikte wapen kunnen voorleggen.
6.

De houder van een geldige dagkaart als occasioneel schutter, zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid van het schietstandenbesluit.
7.

De houder van een geldig getuigschrift van erkenning als wapenhandelaar of als verzamelaar, voor zover met de wapens geschoten wordt voor hun noodzakelijke onderhoud en testen.
8.


De houder van het in artikel 9 - paragraaf 1, tweede lid van het KB tot uitvoering van de wapenwet bedoelde attest uitgereikt door of namens de provinciegouverneur waaruit blijkt dat de schutter zich mag voorbereiden op de praktische proef.

Artikel 5 - Paragraaf 4

Particuliere schutters die met vergunningsplichtige wapens schieten en geen houder zijn van een geldige sportschutterslicentie, een geldige - voorlopige - sportschutterslicentie of een jachtverlof dienen eveneens aan de uitbater een uittreksel uit het strafregister voor te leggen indien ze hem dit document nog niet eerder hebben bezorgd. Deze verplichting geldt niet voor de schutters waarvoor een dagkaart is ingevuld zoals bedoeld in artikel 9 - paragraaf 1 - 1 van dit reglement.

Artikel 6 - Paragraaf 1

De houders van een geldige wapenvergunning kunnen, in de schietruimte, vuurwapens ontlenen aan andere schutters, voor zover de geleende wapens van hetzelfde type zijn als het type wapen waarvoor aan de ontlener een wapenvergunning werd uitgereikt.

Artikel 6 - Paragraaf 2

De houders van een geldige sportschutterslicentie en van een geldige voorlopige sportschutterslicentie kunnen, met het oog op het beoefenen van het sportschieten, in de schietruimte, vuurwapens ontlenen aan andere schutters, voor zover de geleende wapens behoren tot een wapencategorie waarin de sportschutterslicentie of de voorlopige sportschutterslicentie geldig is.

Artikel 6 - Paragraaf 3

In de gevallen zoals bepaald in paragraaf 1 en paragraaf 2 geldt dat de wapens enkel worden uitgeleend voor de duur van de schietactiviteit op de schietstand en mits toestemming van hun bezitter. Onder geen beding mogen vuurwapens van andere schutters worden gebruikt zonder hun uitdrukkelijke toestemming. Indien de uitlener niet aanwezig is, dient een schriftelijke toestemming te worden voorgelegd. De uitlener dient onmiddellijk na het schieten terug in ontvangst worden genomen. Eventuele schade aan de wapens dient steeds door de ontlener te worden vergoed.

Artikel 6 - Paragraaf 4

Aan de houder van het in artikel 5 - paragraaf 3 - 8 bedoelde attest kan door de uitbater, de vertegenwoordiger, de houder van een wapenvergunning of de houder van een sportschutterslicentie een wapen ter beschikking worden gesteld met het doel zich voor te bereiden op de praktische proef bedoeld in artikel 9 - paragraaf 3 van het KB tot uitvoering van de wapenwet. Er is steeds vereist dat de uitbater, de vertegenwoordiger, de houder van de wapenvergunning of de houder van de sportschutterslicentie aanwezig zijn tijdens het schieten.

Artikel 7

De vereniging stelt zijn accommodatie, onder verantwoordelijkheid van de erkende exploitant, ter beschikking van zijn leden dewelke deze binnen de geldende normen gebruiken. Bezoekers zijn slechts in de schietruimten toegelaten wanneer ze door een schutter begeleid worden die zich in het register zal inschrijven.

Artikel 8

De titularis van de erkenning, de vereniging of haar bestuurders zijn niet verantwoordelijk voor enige lichamelijk letsel, materiële schade of enig ander nadeel dat voortvloeit uit het gebruik van de schietstand of dat ontstaat ten gevolge van een ongeval.

Artikel 9 - Paragraaf 1

De ter beschikking gestelde infrastructuur, waaronder begrepen de schietbanen, doelen, installaties, ... zullen alleen gebruikt worden in de voor de desbetreffende discipline beschikbaar gestelde stand.

Artikel 9 - Paragraaf 2

Elke schutter is ertoe gehouden de vertegenwoordiger in te lichten over schade die ontstaat aan de infrastructuur. Zowel schade die ontstaat door de eigen daden van de schutter, als door de daden van andere schutters dienen te worden gemeld.

Artikel 9 - Paragraaf 3

De schutters zijn er toe gehouden de schade te vergoeden die door opzet, door onachtzaamheid en/of door het niet naleven van de toepasselijke reglementen of instructies van de toezichter heeft aangericht.

Artikel 9 - Paragraaf 4

Indien geen melding wordt gedaan aan de vertegenwoordiger overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2, worden alle schutters wiens aanwezigheid in de schietruimte blijkt uit het aanwezigheidsregister ten tijde van het ontstaan van de schade geacht hoofdelijk en ondeelbaar aansprakelijk te zijn voor de aangerichte schade.

Artikel 10 - Paragraaf 1

Elk lid mag één genodigde schutter of aspirant-schutter meebrengen. Het lid is verantwoordelijk voor zijn genodigde. Hij/zij zal nagaan of zijn/haar genodigde beschikt over de voorziene wettelijke documenten en hij/zij zal tijdens de schietbeurt toezicht uitoefenen en zelf niet schieten. Indien er financiële voorwaarden verbonden zijn aan het schieten, dan zal hij/zij er voor zorgen dat de genodigde daaraan voldoet. Een schutter die geen lid is van de vereniging kan maximaal drie maal per jaar van dit voorrecht gebruik maken. Uitzondering wordt gemaakt wanneer de genodigde deelneemt aan officiële wedstrijden die binnen de club georganiseerd worden.

Artikel 10 - Paragraaf 2

Maximaal één maal per jaar kan een genodigde, die niet beschikt over de nodige documenten om aan sportschieten te doen, kennismaken met de schietsport en vergunningsplichtige wapens hanteren op de schietstand. Daarbij dienen de volgende regels te worden nageleefd:

1.


De uitbater of de vertegenwoordiger vullen vooraf een dagkaart in, zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid van het schietstandenbesluit. Zij sturen een afschrift van deze dagkaart naar de provinciegouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de gastschutter binnen de zeven dagen.
2.





De gastschutter wordt ten allen tijde begeleid door een begeleider die daartoe is aangeduid door de uitbater of zijn vertegenwoordiger. De aangeduide begeleider van de gastschutter dient aan de voorwaarden te voldoen om zelf te zijn vrijgesteld van het afleggen van de praktische proef indien hij een vergunning zou aanvragen voor een wapen dat van hetzelfde type is als het wapen dat gebruikt wordt door de gastschutter, bijvoorbeeld de houder van een geldige sportschutterslicentie die geldig is in de wapencategorie waartoe het wapen dat door de gastschutter gemanipuleerd zal worden behoort.
3. De begeleider dient de gastschutter vooraf de geldende veiligheidsregels en de werking van het wapen uit te leggen. Hij stelt het wapen ter beschikking en ziet erop toe dat het wapen veilig gemanipuleerd wordt. Na het schieten neemt de begeleider het wapen onmiddellijk terug in bezit.

Artikel 11 - Paragraaf 1

De leden van de Raad van Bestuur van de vereniging zijn ten allen tijde bevoegd om toe te zien op de veiligheid op de schietstand en op het naleven van de toepasselijke reglementen en voorschriften die van toepassing zijn op de stand.

Artikel 11 - Paragraaf 2

De Raad van Bestuur kan toezichters aanstellen die de in paragraaf 1 vermelde bevoegdheden hebben. De toezichters dienen de Raad van Bestuur in te lichten over elk incident omtrent de veiligheid en omtrent het naleven van de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, alsook omtrent het naleven van dit huishoudelijk reglement en de andere reglementen die van toepassing zijn.

Artikel 11 - Paragraaf 3

De volgende personen zijn bevoegd om de uitbater, vermeld op de erkenning van de titularis van de erkenning, te vertegenwoordigen:

1. De leden van de raad van bestuur van de vereniging.
2. De in paragraaf 2 bedoelde toezichters.

Artikel 11 - Paragraaf 4

De expolitant, elke toezichter en elke bestuurder heeft op elk ogenblik en over de gehele infrastructuur het recht om ieder persoon die deze betreedt, er zich bevindt of deze verlaat op volgende voorwerpen en documenten te controleren en ze zich te laten voorleggen:






Lidkaart van de vereniging.
Legimitatie - of persoonsbewijs.
Wapens en de in artikel 5 - paragraaf 3 bedoelde documenten die op deze wapens betrekking hebben
munitie.
Voorlopige of definitieve schutterslicentie.

Ieder lid wordt geacht zijn volledige en spontane onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan een dergelijke controle.

Artikel 12

Bij onregelmatigheden of onveilige toestanden mogen de uitbater, de toezichters of de bestuursleden de schutter terechtwijzen of hem verbod opleggen om verder te schieten, en hem te gelasten de schietruimte of zelf de schietstand(en) te verlaten.

Artikel 13

Een schutter die een sanctie gekregen heeft van een toezichter of bestuurslid, kan hiertegen schriftelijk en aangetekend bezwaar indienen binnen de 8 dagen bij de vereniging. Dit bezwaar wordt gericht aan de secretaris van de vereniging. Deze brengt de zaak dan voor de raad van bestuur, dewelke in laatste aanleg beslist op clubniveau.

Artikel 14 - Paragraaf 1

Alle leden van de vereniging moeten aan de vereniging een uittreksel uit het strafregister overhandigen overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 - paragraaf 3 schietstandenbesluit. Aan de leden die nalaten aan deze verplichting te voldoen zal de toegang tot de schietstand geweigerd worden. Hun lidkaart zal worden ingehouden.

Artikel 14 - Paragraaf 2

De gebruikers van de schietstanden dienen steeds houder te zijn van een uittreksel uit het strafregister dat is afgegeven minder dan één jaar te rekenen vanaf de datum waarop ze gebruik maken van de schietstand.

Artikel 14 - Paragraaf 3

Het bepaalde in paragraaf 1 en paragraaf 2 geldt niet:

1. Voor de houders van een geldig jachtverlof.
2. Voor de houders van een geldige sportschutterslicentie of een geldige voorlopige sportschutterslicentie.
3. Voor de houders van een geldige Europese vuurwapenpas die is afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie.
4. Voor de houders van een aanstellingsbewijs als bijzonder jachtwachter zoals bedoeld in artikel 12 - paragraaf 4 van de wapenwet.
5. Voor de houders van een dagkaart, afgeven met toepassing van artikel 9 - paragraaf 2 van dit reglement.
6. Voor de schutters die uitsluitend met niet-vuurwapens schieten.

Artikel 15 - Paragraaf 1

De uitbater of de vertegenwoordiger kunnen aan de schutters munitie overdragen met het doel deel te nemen aan de activiteiten in de schietstand op dezelfde dag, en enkel in de hoeveelheid noodzakelijk daartoe.

Artikel 15 - Paragraaf 2

Elke aankoop of verkoop van munitie wordt door de uitbater of de vertegenwoordiger genoteerd in het register van het model C dat wordt bijgehouden overeenkomst artikel 23 van het Koninklijk Besluit tot uitvoering van de Wapenwet.

Gebruik van de schietstanden

Artikel 16

Uit fair-play ten opzichte van andere schutters zal iedere aanwezige op de schietstand de stilte bewaren en de andere schutters niet storen tijdens de schietbeurt.

Afdeling 1 - Veiligheid

Artikel 17

Bij brand in de schietstand of bij het horen van de brandmelding, geldt dat:

1.

Onmiddellijk de schietoefening wordt beëindigd en indien mogelijk de veiligheidsmaatregelen met betrekking tot de wapens uitvoeren.
2. Telefonisch de brandweer verwittigen:



Brandweer: 112
Politie:112
Ambulance: 112

3.

Indien mogelijk, zal diegene die de brand opmerkt, reeds trachten de brand te bestrijden met de aanwezige brandbestrijdingsmiddelen.
4. Indien de brand niet onmiddellijk bedwongen kan worden moet men de schietstand ontruimen.
5.

Voor het ontruimen van de schietstand / Nadat de schietstand ontruimd is moet de ventilatie uitgeschakeld worden, om het aanwakkeren van het vuur te voorkomen.

Artikel 18

Bij een schietincident:

1. Onmiddellijk de schietoefening stopzetten en de veiligheidsmaatregelen op de wapens uitvoeren.
2. Telefonisch de hulpdiensten via het telefoonnummer 112 verwittigen.
3. EHBO materiaal aanwenden: de EHBO kast bevindt zich in de kantine.
4. De uitbater, minstens een bestuurslid verwittigen. De telefoonnummers staan op het toestel.
5. Niemand mag de terreinen verlaten vooraleer de officiële instanties aanwezig zijn en hiervoor de toestemming hebben verleend.

Artikel 19

Bij andere incidenten die een tussenkomst vereisen - onheil:

1. Onmiddellijk de schietoefening stopzetten en de veiligheidsmaatregelen toepassen.
2. Telefonisch de hulpdiensten via het telefoonnummer 112 verwittigen.
3. Op aanwijzing de installaties ontruimen.
4. De uitbater, minstens een bestuurslid verwittigen. De telefoonnummers staan op het toestel.

Artikel 20

De bezoekers van de schietstanden mogen de schutters niet storen en zullen zich minimum 4 meter na de vuurlijn bevinden.

Artikel 21 - Paragraaf 1

Alle leden, gebruikers en bezoekers dienen zich ten allen tijden strikt te houden aan artikel 3 - paragraaf 9 van het schietstandenbesluit, dat luidt als volgt:

Alcoholische dranken mogen slechts worden genuttigd door particuliere schutters die hun schietactiviteiten volledig hebben beëindigd, en in geen geval binnen de schietruimte en de wapenkamer; in deze ruimten geldt tevens een algemeen rookverbod; de toegang tot de schietstand is ontzegd aan elke persoon die kennelijk in staat van dronkenschap verkeert of in een soortgelijke staat ten gevolge van het gebruik van drugs of geneesmiddelen.

Artikel 21 - Paragraaf 2

Het gebruik van alcoholische dranken, drugs of geneesmiddelen in de schietruimte is strikt verboden.

Artikel 21 - Paragraaf 3

De in artikel 10 - paragraaf 3 bedoelde personen die vaststellen dat een schutter bij het begin van de schietbeurt kennelijk niet veilig wapens kan manipuleren door een staat van fysiek onvermogen, bijvoorbeeld depressie, zwakte, staat van dronkenschap of soortgelijke staat ten gevolge van het gebruik van drugs of geneesmiddelen, ... kunnen de betrokkene verzoeken de schietruimte en/of de schietstand te verlaten.

Artikel 22 - Paragraaf 1

Op de schietstand mogen alle vergunningsplichtige vuurwapens worden gebruikt die niet zijn uitgesloten in artikel 2 van bijlage 1 bij dit reglement

Artikel 22 - Paragraaf 2

Op de schietand mag alle munitie worden gebruikt, behalve de munitie die is uitgesloten op basis van artikel 1 van bijlage 1 bij dit reglement.

Artikel 22 - Paragraaf 3

De wapens moeten steeds in goede staat van onderhoud verkeren en de munitie voor deze wapens moet dusdanig gekozen zijn dat het wapen volledig storingvrij werkt. Wapens en munitie die, op basis van de milieuvergunning van de schietstand, niet toegelaten zijn in het type waaronder de schietstand is ingedeeld, mogen niet gebruikt worden.

Afdeling 2 - Wapenhandeling - Drill van de schutters

Artikel 23

Vervoer en verpakking van het wapen: Tijdens het vervoer dienen de vuurwapens ongeladen en verpakt te zijn in een afgesloten koffer, of voorzien te zijn van een trekkerslot of een equivalente beveiliging.

Artikel 24 - Paragraaf 1

In- en uitpakken van wapen en munitie: Het wapen en de munitie wordt enkel aan de schiettafel op de vuurlijn uit- en ingepakt, onder voorwaarde dat:




De vuurlijnbeveiliging niet in werking is.
Dat er zich niemand tussen het doel en de vuurlijn bevindt.
Dat dit niet door de baancommissaris verboden is.

Artikel 24 - Paragraaf 2

Het wapen zal meteen geheel ontladen,dus zonder lader, met het sluitstuk open en met de loop naar de kogelvanger gericht op de schutterstafel aan de vuurlijn worden neergelegd.

Artikel 25

Laden van het wapen

Artikel 25 - Paragraaf 1

De schutter zal zijn wapen dan pas laden als hij volledig klaar is om ook effectief te schieten:





Schietkaart hangt.
Oor - en oogbescherming opgezet.
Kijker geplaatst en afgesteld.
...

Artikel 25 - Paragraaf 2

De schutter zal tijdens het laden zich zo opstellen dat de loop van het wapen altijd in de richting van het doel blijft.

Artikel 25 - Paragraaf 3

De schutter zal, vanaf het ogenblik dat hij munitie in het wapen brengt, dit wapen vast nemen en het onder geen enkele voorwaarde terug neerleggen voordat het wapen geheel ontladen is en het sluitstuk open is.

Artikel 25 - Paragraaf 4

De schutter zal, vanaf het ogenblik dat hij munitie in het wapen brengt, het wapen stevig vasthouden en het pas neerleggen wanneer het wapen volledig ontladen is, met het sluitstuk of de trommel open. De trekkervinger wordt slechts op de trekker geplaatst vanaf het ogenblik dat de schutter de beweging om het wapen naar het doel te brengen, heeft ingezet.

Artikel 26

Ontwapenen en ontladen van het wapen dient als volgt te gebeuren:

Artikel 26 - Paragraaf 1

Voor de pistolen :







Verwijder eerst de lader uit het wapen.
Trek vervolgens de slede helemaal naar achter en blokkeer ze in deze stand. Bij het achteruittrekken van de slede zal de patroon die in de kamer zat hieruit verwijderd worden en uit het wapen vallen.
Controleer of de kamer wel degelijk leeg is en leg het wapen - met geopend sluitstuk dus - neer in de richting van de kogelvanger.
Maak nu de leder leeg.

Let er op dat tijdens al deze handelingen de loop van het wapen steeds in de richting van de kogelvanger blijft.

Artikel 26 - Paragraaf 2

Voor de revolvers :












Neem met enkele vingers van de vrije hand de haan stevig vast zodat men de haan kan tegenhouden bij het overhalen van de trekker.
Houdt de haan in de achterste stand en haal de trekker over.
Blijf kracht uitoefenen op de trekker en laat de haan zachtjes naar voor komen. Als de haan in de voorste stand is, wordt haan en trekker losgelaten.
Open de trommel en verdrijf / verwijder met behulp van de uitwerpstang - verbonden met de uitwerpster - de patronen uit de trommel. Let vooral bij deze laatste handeling ook goed op dat de loop van het wapen steeds in de richting van de kogelvanger blijft. Het wapen mag wel wat naar boven gekanteld om het uitnemen van de patronen of de hulzen te vergemakkelijken, maar in het horizontale vlak moet het wapen op de kogelvanger gericht blijven.
Leg het wapen met geopende trommel neer, de loop in de richting van de kogelvanger.

Artikel 26 - Paragraaf 3

Voor de geweren:




Indien het geweer een lader heeft dient deze altijd eerst te worden verwijderd.
Vervolgens dient het sluitstuk achteruit gebracht te worden en afhankelijk van het model in deze stand verankerd te worden.

Het sluitstuk moet hoe dan ook open blijven als het wapen wordt neergelegd. Is hiervoor geen vergrendeling voorzien of gebeurt deze vergrendeling door het inbrengen van een - lege - lader en wordt het sluitstuk met een veer dichtgedrukt, dan zal de schutter het - dichtgaan -sluiten van het sluitstuk verhinderen door in de uitwerpopening een voorwerp in te brengen - bijvoorbeeld een op maat gezaagd stukje hout of plastiek .

Artikel 27

Het oplossen van storingen.

Artikel 27 - Paragraaf 1

In gelijk welke omstandigheid, hetzij door een storing of het onklaar worden van het wapen of een deel ervan, dient de storing steeds opgelost te worden terwijl de loop naar de kogelvanger gericht blijft.

Artikel 27 - Paragraaf 2

Bij het niet afgaan / afvuren van het wapen na het overhalen van de trekker - een ketser - dient men volgende stappen te doorlopen:





Houdt het wapen minimum 10 seconden en om absoluut zeker te zijn 30 sec. op het doel gericht; er kan namelijk nog een naverbranding optreden waardoor het kruit in de patroon slechts na enkele seconden vuur zal vatten.
Ontlaadt het wapen en open het sluitstuk - veiligheidsprocedure.

Indien een gepercuteerde maar niet afgeschoten patroon wordt aangetroffen - een ketser genoemd - dient deze met enige omzichtigheid - deze patroon dient als onstabiele munitie te worden aanzien - in de ketsersbak van de schietstand gedeponeerd te worden. Deze bak bevindt zich tegen de muur achter de schutters.

Artikel 27 - Paragraaf 3

Wanneer bij het afvuren van het wapen een merkelijk lichtere terugslag wordt bemerkt dan normaal, dan dienen de volgende stappen worden doorlopen:




Ontlaadt het wapen en open het sluitstuk - veiligheidsprocedure.
Ga met een kuisstok door de loop of bij gebrek hieraan, kijk door de loop, om zeker te zijn dat er geen projectiel in is blijven steken.

De kans dat een projectiel in de loop is blijven steken is zeker niet denkbeeldig. Het afvuren van een wapen terwijl nog een projectiel in de loop zit, kan leiden tot zware materiële en lichamelijke schade.

Artikel 28

Reactie op de veiligheidsapparatuur.

Artikel 28 - Paragraaf 1


Elke schietstand, behalve een luchtschietstand, is uitgerust met een vuurlijnbeveiliging die automatisch in werking zal treden wanneer er zich iemand voorbij de vuurlijn begeeft. De vuurlijnbeveiliging bestaat onder meer uit één of meerdere rode of gele zwaailampen eventueel aangevuld met een geluidssignaal.

Artikel 28 - Paragraaf 2

Bij een ingeschakelde vuurlijnbeveiliging mag er niet geschoten worden / de schietstand niet gebruikt worden en moeten alle schutters de schietbox verlaten - van hun wapens en munitie afblijven. Er wordt onder geen enkel beding aan wapens of munitie gemanipuleerd.

Artikel 28 - Paragraaf 3

Wanneer deze vuurlijnbeveiliging tijdens een schietoefening plots in werking treedt, dienen de schutters onmiddellijk het vuren te staken en hun wapens te ontladen - veiligheidsprocedure.

Artikel 29

Overschrijden van de vuurlijn: Van toepassing voor / in alle schietstanden,










Leg het wapen neer, ontlaadt, en open het sluitstuk of trommel - veiligheidsprocedure.
Verwittig de andere (mede)schutters.
Wacht tot alle schutters de tijd gehad hebben om de veiligheidsprocedure toe te passen en vergewis u van hun akkoord vooraleer de vuurlijn te overschrijven.
Wacht tot alle schutters de tijd hebben gehad om hun wapens te ontladen of leeg te schieten en dat ze akkoord zijn dat men voorbij de vuurlijn gaat.
Controleer of alle wapens ontladen zijn en dat alle sluitstukken open zijn.
Schakel de vuurlijnbeveiliging in - alarm.
Ga voorbij de vuurlijn en vervang uw doel .

Vooraleer de vuurlijnbeveiliging uit te schakelen en aan de medeschutters te melden dat zij hun schietoefening kunnen hervatten, past het zorgvuldig te controleren dat er zich niemand tussen de vuurlijn en de doelen bevindt.

Artikel 29

Reinigen van de wapens:

1. Het algemeen onderhoud en reinigen van de wapens dient bij de schutter thuis of bij de wapenmaker te gebeuren. Kleine reinigingen om de bedrijfszekerheid van het wapen te garanderen, kan wel in de stand gebeuren.

2.

 

Er mogen in geen geval wapens in of uitgepakt of gereinigd worden aan de tafels of rekken achter de schutters. Deze tafels mogen wel gebruikt worden voor het onderbrengen en opbergen van lege wapenkoffers , tassen , kaarten, ...

Artikel 30

De schutter is steeds verantwoordelijk voor zijn wapen en mag in geen geval zijn wapen onbeheerd achterlaten.

Afdeling 3 - Onderhoud & reiniging van de schietstand

Artikel 31

Na het schieten moeten alle doelen uit de schietbanen verwijderd worden - I.S.S.F.schietkaarten in de daarvoor voorziene bakken, de andere doelen terug in het doelenmagazijn.

Artikel 32

De schutter zal de schietruimte / stand verlaten zonder er voorwerpen achter te laten. Hulzen, verpakkingen, doelen, ... zal hij in de daarvoor bestemde bakken deponeren.

Alle schietruimtes / standen worden wekelijks gereinigd door een persoon aangeduid door het bestuur. Elke reinigingsbeurt wordt opgeschreven in het onderhoudsboek en na controle afgetekend door een bestuurslid.

Artikel 33

In de loop van elke eerste week van de maand worden van alle schietruimten / standen de wanden en zoldering ontstoft door een of meerdere personen aangeduid door het bestuur. Ook dit wordt opgeschreven in het onderhoudsboek en na controle afgetekend door een bestuurslid.

Artikel 34

Het maandelijks technisch onderhoud omvat onderstaande punten en wordt uitgevoerd door een technisch onderlegd persoon, aangeduid door het bestuur.

1. Controle op de goede werking van de vuurlijnbeveiligingen.
2. Controle van de kogelvangers.
3. Controle op de goede werking van de noodverlichting.
4. Controle op het vrij zijn van alle nooduitgangen.
5. Controle op de goede werking van de noodontgrendelingen van de deuren.
6. Controle op de aanwezigheid en goede staat van alle brandbestrijdingsmiddelen.
7. Controle op de inhoud van de EHBO kast - Volgens inhoudslijst.

De technieker zal zijn bevindingen en eventuele herstellingen punt per punt inschrijven in het onderhoudsboek en dit ter ondertekening voorleggen aan minstens twee bestuursleden. Indien uit een van bovenstaande controles blijkt dat er iets niet in orde is zal door het bestuur onmiddellijk actie genomen worden.

Artikel 35 - Paragraaf 1


Eén maal per jaar zullen alle brandblussers gecontroleerd worden door een erkende firma, waarmede de vereniging een onderhoudscontract heeft afgesloten.

Artikel 35 - Paragraaf 2

Eén maal per jaar zal de elektrische installatie gekeurd worden door een erkend organisme.

Afdeling 4 - Schiettechnieken

Artikel 36 - Paragraaf 1

Het vuren in een andere richting dan de kogelvanger en op andere voorwerpen of doelen dan dewelke zijn toegelaten op de desbetreffende stand, is verboden.

Artikel 36 - Paragraaf 2

In de schietruimte mogen enkel wapens worden gedragen in het kader van trainingen of wedstrijden voor erkende dynamische dispclines, zoals b.v. IPSC. Onderminderd de reglementen die van toepassing zijn op de dynamische disciplines, zoals IPSC schieten, gelden de volgende regels voor het dragen van vergunningsplichtige wapens in de schietruimte:

1. De wapens worden ongeladen gedragen in een holster.
2. Er mag zich geen gevuld magazijn in het wapen bevinden vooraleer het bevel gegeven wordt het wapen te laden.
3. Na het beëindigen van de oefening dient het wapen te worden ontladen. Er dient nog één maal te worden drooggevuurd in de richting van de kogelvang. Het wapen kan slechts in de holster worden geplaatst nadat de toezichter vastgesteld heeft dat het wapen ongeladen is.
4. Enkel de houders van een vergunning tot voorhanden hebben van een wapen, van een geldige sportschutterslicentie of van een geldige voorlopige sportschutterslicentie kunnen wapens dragen.

Artikel 37

Bij elke schietoefening wordt de schutter die het langste lid is van de vereniging automatisch aangesteld als verantwoordelijke voor deze schietoefening. Hij zal dan ook toezien op het goede en veilige verloop van de schietoefening. Bij wedstrijden zijn steeds monitoren en toezichters aanwezig – niet nodig als dit door de toezichters / rvb leden geregeld is.

Artikel 38

Elk gebruik van kogels met hardstalen kern, lichtkogels of lichtspoormunitie en kwikhoudende munitie is te strengste verboden . Dit geldt ten allen tijde en voor alle schietbanen. Ook kalibers opgenomen in bijlage 1 van dit reglement zijn verboden.

Artikel 39

Het bestuur kan één of meerdere schietbanen gedurende een welbepaalde periode voorbehouden voor:

1. Trainingen - in groep - voor bepaalde disciplines.
2. Het inrichten van wedstrijden.
3. Het ter beschikking stellen van een schietbaan aan erkende wapenhandelaars en verzamelaars voor het testen van wapens.
4. Het inrichten van de praktische hanterings- en schietproef, opgelegd door de wetgeving terzake.

Dit wordt bekendgemaakt aan het uithangbord - in de kantine - en de ingang van de voorbehouden schietstand wordt versperd. De toegang tot deze stand wordt strikt beperkt tot de leden die deelnemen aan de activiteit waarvoor de stand is voorbehouden, alsmede de uitbater, de bestuursleden en de toezichters - maximum 2 personen.

Artikel 40

Het testen van wapens en munitie gebeurt uitsluitend op grote stand. De testen gebeuren steeds in aanwezigheid van een toezichter die waakt over de goede gang van zaken.

Artikel 41

de volgende schiettechnieken zijn in een gesloten schietstand verboden:

1. Volautomatisch schieten.
2. Schieten op menselijke silhouetten.
3. Gewelddadige scenario’s.
4. Realistische situaties.
5. Schieten vanuit dekking.
6. Schieten waarbij het wapen verborgen wordt gehouden - gebruik van geluidsdempers.
7. Het gebruiken van een holster, uitgezonderd bij erkende trainingen van schietdisciplines waarbij het gebruik van een holster voorgeschreven is.
8. Schieten vanuit de heup.
9. Schieten met miniatuurkanonnen.
10. Schieten met voorladers van welke soort dan ook.
Afdeling 5 - Doelen


Artikel 42

Er mag op geen andere voorwerpen dan op daartoe ontworpen doelen worden geschoten.

Artikel 43

Normaal schiet men op I.S.S.F.-schietkaarten, verkrijgbaar aan de bar in de kantine.

Artikel 44

Er zijn ook andere doelen ter beschikking; dierensilhouetten, bowling pins, ... Deze doelen mogen slechts gebruikt worden indien aan de volgende voorwaarden voldaan is:

1. Toestemming verkregen hebben van een toezichter of bestuurslid en de door hem opgelegde voorwaarden strikt toepassen. Deze toestemming is éénmalig en dient derhalve telkens opnieuw verkregen te worden.
2. Strikt en continu toezicht van een toezichter of bestuurslid.
3. De doelen mogen uitsluitend gebruikt worden voor het trainen en wedstrijdschieten van de disciplines waarvoor ze ontworpen zijn.
Afdeling 6 - Gebruik van de schietbanen - Baan per baan

Hoofdstuk 1. - Indeling en benaming van de schietstanden

Artikel 45

De standen zijn als volgt ingedeeld:



Kleine schietstand (25m) voor handvuurwapens.
Grote schietstand (50m) voor handvuurwapens en karabijnen.

Artikel 47 - Kleine schietstand korte wapens - 25m baan

Deze schietstand is een naar Vlarem 2 - afdeling 7 - schietstanden in een lokaal - categorie "A" norm gebouwde stand maar wordt als een categorie "B" schietstand gebruikt en dient dus binnen deze normen gebruikt te worden.

Deze schietstand is voorbehouden voor de gevorderde pistool- en revolverschutters die hun doel zelden of nooit missen.

De maximale bezetting van deze stand is als volgt samengesteld:













5 Schutters / 2 toezichters / 5 wachtende schutters.
De vuurlijn bevindt zich aan de voorzijde van de schutterstafel.
Alle doelen worden op 25 meter van de schutterstafel geplaatst.
Het middelpunt van de doelen moet tussen de 1,4 en 1,6 meter hoog liggen.
Te gebruiken doelen: uitsluitend I.S.S.F.-schietkaarten zoals voorzien in artikel 47.
Wapens en munitie waarmede op deze stand mag geschoten worden: uitsluitend korte vuurwapens - pistool en revolver: .22, .32, .38, 9mm,.45. - geen magnumkalibers.
De energie van een in deze stand afgeschoten kogel mag nooit groter zijn dan 600 Joule, aan de loopmonding gemeten - zie munitietabellen *E o.
Het gebruik van kogels met hardstalen kern, lichtkogels of lichtspoormunitie en kwikhoudende munitie is ten strengste verboden .
Afschieten van hagelpatronen is ten strengste verboden.

Artikel 48 - Grote schietstand - 50m baan

Deze schietstand wordt gebruikt als een Vlarem 2 - afdeling 7 - schietstanden in een lokaal -categorie "A" stand.

De maximale bezetting van deze stand is als volgt samengesteld:



9 Schutters / 2 toezichters / 7 wachtende schutters.
De schutters kiezen de door hun gewenste vuurlijn.
Wapens en munitie: alle hand- en schoudervuurwapens doch uitsluitend in kalibers voor handvuurwapens.

Subafdeling 5.32.7.2. - Artikel 5.32.7.2.1 - Schietstanden van categorie A

Paragraaf 1

De voorwaarden van deze subafdeling zijn van toepassing op schietstanden van categorie A.

Paragraaf 2

Jacht - en oorlogswapens alsmede jacht - en oorlogsmunitie zijn verboden in de schietstand.

Paragraaf 3

De wapens moeten steeds in goede staat van onderhoud verkeren.

Paragraaf 4

Het gebruik van voorlaadwapens van welke soort ook is verboden.

Paragraaf 5

Het gebruik van kogels met hardstalen kern, lichtkegels of lichtspoormunitie en kwikhoudende munitie is verboden.

Bijkomende algemene reglementen

Artikel 53

Elke persoon die geacht wordt de veiligheid of de waardigheid van de aanwezige personen of van de club te schaden, zal gevraagd worden onmiddellijk de infrastructuur te verlaten.

Artikel 54

Alle gevallen, in huidig reglement niet voorzien, kunnen door de Raad van Bestuur aangevuld worden.

Artikel 55

Ingeval van twijfel over de juiste interpretatie van één of meerdere reglementen, moet bijkomende uitleg gevraagd worden aan de uitbater of aan een bestuurslid.

Artikel 56

Ieder lid van de vereniging wordt in het bezit gesteld van dit huishoudelijk reglement vanaf het moment van zijn aanvaarding als lid.

Bijlage - Beperkingen inzake het wapengebruik en de munitie

Artikel 1

Het gebruik van de volgende wapens op de schietstand is verboden:




Wapens met gladde loop
Zwartkruitwapens
Volautomatische wapens
Wapens in andere kalibers dan klassieke pistool of revolverkalibers

Artikel 2

Het gebruik van de volgende munitie is niet toegestaan in de schietstand:





Indringende, brandstichtende of ontploffende munitie
Opensplijtende munitie voor pistolen en revolvers
Kogels met hardstalen kern, lichtkegels of lichtspoormunitie en kwikhoudende munitie
Munitie in kaliber 5,7 x 28 en in kaliber 4,6 x 30
Hagelpatronen